Pension Homeland, hotel in Amsterdams officiersgebouw

In mijn eigen stad slaap ik in mijn eigen bed. En dan tel ik de logeerpartijen bij vrienden en (potentiële) partners niet mee. Dus wel het hele land door op zoek naar authentieke adressen, maar geen praktijkervaring met een leuk hotel in Amsterdam? Tijd om daar verandering in te brengen. Dus stapte ik op de fiets en reed naar Pension Homeland. Gelegen op eiland Kattenburg op het pas twee jaar geleden voor publiek opengestelde en daarom nog enigszins mysterieuze Marineterrein. Net buiten de gebaande paden, achter een historisch poortgebouw aan een binnenwater met park voor de deur en nog tamelijk onbekend.

Welkom in de jaren ‘60

Het moet gezegd Pension Homeland zit in een foeilelijk jaren ’60 gebouw, een klein woonblok dat in Oost-Europa niet zou misstaan. Dit is het voormalig officiersonderkomen. Het gebouw heeft zo zijn charme, want alles en dan ook echt alles is binnen in stijl. Late sixties, laat ik me later voorlichten door het kamermeisje dat een mevrouw is, die daar enigszins giechelend aan toevoegt dat ze zelf in haar sixties zit en zich die periode nog goed herinnert. De restyling is knap gedaan, het lijkt net of die mannen gisteren zijn vertrokken en de boel de boel hebben gelaten, maar er is wel degelijk bijzonder grondig gerenoveerd.

Hutten

De kamers heten hier hutten, zodat de mariniers zich thuis zouden voelen, vul ik zelf maar even in. Mijn kamer is basic. Een bed en een rechttoe rechtaan badkamer en dan heb ik als extra nog een zitje. Zelfs het blauw geblokte vloerkleed en de blikken trommels met koffie en thee zijn retro. De hut heeft een muurschildering uit de serie Land in Zicht, het is de – even opgezocht – Indiase stad Thiruvananthapuram. Alle kamers, de bar, het restaurant met zijn bakstenen open haard, de biljartkamer en de opkamer met leestafel hebben een eigen muurschildering. Kleurig. Zoals alles kleurig is.

Bar, restaurant, terras en brouwerij

Pension Homeland is een relaxte plek met dito personeel. De stad onder handbereik maar ver genoeg weg om de illusie te wekken dat je niet in de hoofdstad bent. Ook al heb ik vanaf het brede terras uitzicht op het VOC-schip van het Scheepvaartmuseum en de skyline van de Amsterdamse binnenstad. Ik drink een lekkere Jerrey Tripel van de in het pand gevestigde Homeland Brewery. Brouwer Erik houdt met een slang vanuit de brouwerij de tap van de bar op peil. Ik zou in het water kunnen springen en wat kunnen zwemmen of met een bootje aan kunnen meren. Maar ik besluit na de borrel wat te eten in het restaurant. Daarna blijf ik hangen in de bar waar plaatjes worden gedraaid en kom ik Blok 006, zoals het gebouw officieel heet, niet meer uit. Kan wel, hoeft niet. Dat alleen al is een hele aangename constatering in dit sympathieke hotel.

Delen: