Fietsroute Stiltegebieden in Twente door afwisselend landschap

Laatst gewijzigd: 29 aug 2021

‘Wat is het hier stil’, zegt mijn vriendin als we door het bos fietsen net buiten Oldenzaal. Niet wetende dat ze bezig is met de fietsroute Stiltegebieden in Twente. Zij is zojuist in vol vertrouwen over mijn routekeuze de 85 meter hoge Tankenberg op gefietst, de hoogste berg van Overijssel. Daar kijken we bij een klein koepeltje ver uit over de velden en bossen richting Duitsland. Net als ooit de textielfamilie Ten Cate deed vanuit hun hier gelegen landgoed Egheria, vernoemd naar de gelijknamige waternimf omdat op deze plek zoveel beken ontspringen en vernoemd naar de vier zonen: Egbert, Hendrik, Richard en Arnold. Tijdens het afdalen daarna ruist alleen de wind in onze oren.

Heuvels, bos, velden, landgoederen

Dwars door het open bos gaan we waar de zon door de bomen valt, links en rechts kleine paadjes, houtwallen en beekjes. Het is met name het eerste deel van de tocht zelfs zo stil dat het me niets zou verbazen als Tonke Dragts Tiuri ons te paard tegemoet zou komen galopperen. Om dan uit te komen bij de rand van een eindeloos glooiend veld met in de verte een huis. En opnieuw gaan we omhoog, naar de Paaschberg. Tijdens deze fietsroute Stiltegebieden in Twente fietsen we over veel smalle paadjes. Die gaan door bos, velden, weilanden en natuurgebieden. Af en toe passeren we een boerderij of landhuis, verstopt achter de bomen, tussen het mais of het graan dat allemaal hoog staat te wuiven. Bij landgoed Boerskotten staat aan de rand van een veld een groot wit Romeins beeld van godin Diana. Ook al valt er vandaag niks te jagen, een verschijning is het wel. Intrigerend is een bord aan het begin van een lang pad door de velden dat wijst naar een kruidentuin waar je ook je tenen kunt laten lezen. Daar is het niet van gekomen maar uit de kist met theeën uit de eigen kruidentuin en eigengemaakte tincturen en zalven hebben we een potje gekocht.

Mariakapelletjes

Drie Mariakapelletjes tel ik onderweg. Een groepje mensen met bezems en harken is deze zaterdag druk bezig om een van de Maria’s weer extra te laten shinen. Er zijn ook dorpjes, De Lutte en Losser. Zodra we van die laatste het plaatsnaambordje zien, roept mijn vriendin in navolging van haar Twentse oma: ‘k kom oet Losser en ‘k wet van niks. De gevleugelde uitspraak blijkt niet te slaan op de intelligentie van de inwoners, maar op hun smokkelaarsverleden, hier dichtbij de grens. Alleen de 15e-eeuwse Martinustoren vind ik fraai. ’s Avonds zullen we echter ontdekken dat je in Losser wel erg lekker eet.

Arboretum Poort Bulten met 2500 bomen

We stappen af bij arboretum Poort Bulten dat in 1912 door landschapsarchitect Springer is aangelegd met slingerende paadjes en vijvers. We wandelen door dit mooie bomenpark en ik hug met een reusachtige sequoia die hier mammoetboom heet. Die heeft namelijk een hele zachte bast, zoals het informatiebordje meldt en zacht is-ie. Van al die 2500 bomen vind ik de bontbladige tamme kastanje met bladeren die groen met wit zijn de verrassendste van de twintig soorten kastanjes. We drinken wat op het terras van het bijbehorende café en door gaan we met onze fietsroute Stiltegebieden in Twente. We kopen nog een pot frambozenjam van een tafeltje langs het pad en dalen af naar Oldenzaal. In stilte. Voordat we weer terug zijn in het stadsgedruis.

Benieuwd naar nog meer reistips over verborgen plekken? Scroll dan naar beneden.

DELEN: