Dwalen door Slot Zuylen en de historische tuin

Laatst gewijzigd: 5 sep 2020

‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’, schreef Belle van Zuylen aan een van haar aanbidders. En dat in de 18e eeuw. Een vrijgevochten vrouw die in 1740 werd geboren op Slot Zuylen aan de Vecht, niet ver buiten Utrecht. Ik was benieuwd naar deze dame en dwaalde door haar ouderlijk kasteel en door de historische tuin waar ik mijn meegekregen heerlijke picknickmand op een plaid uitspreidde en genoot van het goede leven.

Huis van Belle van Zuylen

Belle van Zuylen kende ik als schrijfster van naam, maar ik wist niet dat het een pseudoniem was van de adellijke Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken. Ze blijkt een feminist avant-la-lettre te zijn die al in haar eerste boek over de vastgeroeste gewoontes van de adel schreef. En die de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen ter discussie stelde. Zaken die haar niet allemaal in dank werden afgenomen door haar familie. Dat hoor ik allemaal in de audiotour in wat ze de Bellekamers noemen. Drie kamers in Slot Zuylen waar ze tot haar 31e romans, verhalen, toneelstukken en brieven schreef. Totdat ze trouwde met een Zwitser en bij hem de rest van haar leven doorbracht als de Franse schrijfster Isabelle de Charrière.

Reusachtig gobelin

Met oortjes in wandel ik door de kamers van het kasteel, nu een museum. Het meeste indruk maakt de gobelinzaal waar een wandkleed uit 1670 de muren bedekt, 75 vierkante meter in totaal met dieren, bomen, bloemen, kastelen en veel details. Maar vooral: met diepte. Als je dan bedenkt dat het weven van één vierkante meter een heel manjaar kostte. Wat een werk. Ook een mooie anekdote: het 144-delige porseleinen servies is rond 1750 speciaal voor Slot Zuylen in China gemaakt en is nog volledig in tact. Waarschijnlijk omdat de barones het servies zelf in een teiltje afwaste aangezien ze bang was dat de keukenmeiden het zouden breken.

Smeuiige verhalen

In de keuken word ik aangesproken door een suppoost. Of ik nog dingen wil weten. Het blijkt buiten coronatijd een van de gidsen te zijn. Normaal gesproken leiden deze vrijwilligers de bezoekers rond, maar door corona is er dus een audiotour ontwikkeld. En dat terwijl deze gidsen vol smeuiige verhalen zitten, blijkt al snel. Zoals over de porseleinspion die naar Azië afreisde om de juiste verhoudingen van de bestanddelen te achterhalen. Het leidde tot de eerste Europese porseleinfabriek in het Duitse Meissen waar een servies in Slot Zuylen vandaan komt. Ik hoor over de geschiedenis van het kasteel die teruggaat tot 1250. Over de uitgebreide bibliotheek. En over de porseleinhersteller die werkte met eiwit en zilveren krabbetjes en ze laat zien hoe ik gerestaureerde stukken kan herkennen.

Heerlijke picknickmand

Maar ik heb enigszins haast, want in het oude koetshuis zit het museumcafé van Slot Zuylen en daar heb ik een picknickmand besteld. Die krijg ik mee met een plaid en de tip om die niet op te eten op het terras aan de vijver voor het kasteel of op het terras van het museumcafé maar in de tuin, over het bruggetje bij het derde pad links. Daar is tussen de bomen een veldje met een kleine, deels overkapte boshut waar op het terras tafels en stoelen staan. Op andere tijden fungeert het huisje als moderne muziekkapel en kun je in het gras naar concerten luisteren. Nu zit ik te lunchen in de zon. Zondags uitgebreid. Alles vers en met zorg bereid. Wat er in die pickmand zit? Een fles appel-perensap van bomen uit de tuin, een flesje prosecco, knapperige broodjes, eentje met humus en gegrilde groenten en een broodje caprese, een zelfgebakken brownie, een verse vruchtensalade en een bakje met zoute kaaskoekjes en studentenhaver. Man o man zo lekker allemaal. De inhoud varieert met het seizoen en vaak in overleg met de beheerder van de moestuin. Enigszins aangeschoten ben ik wel. Ik kan de hele middag loom blijven liggen daar. Nee, niet dus, want ik heb me aangemeld voor de rondleiding door de historische tuin.

Historische slangenmuur in de tuin

Gids Henk wil eerst weten hoe lang het mag duren. Hij kan één uur vertellen, maar ook drie. Henk vertelt boeiend. Over de opbouw van de historische tuin, waar rond het kasteel en de slotgracht eerst een aantal percelen in de rechte Franse parkstijl zijn aangelegd. Zoals 150 jaar geleden het kwadrant met perenbomen. Hij wijst in de tuin allerlei planten en bomen aan en wat goed met wat combineert en waarom. Dingen die ik opeens leuk vind nu ik zelf een tuin heb. Uit 1740 dateert de 120 meter lange slangenmuur die net zo kronkelt als het dier zelf en daardoor geen steunberen nodig heeft. Noord-zuid aangelegd zodat alle vruchtbomen die erlangs worden geleid optimaal zon krijgen. Ik zie blozende perziken. Een drietal libellen, drie Glazenmakers, zit te zonnen op een vijg. We lopen anderhalf uur rond. Henk is in vorm en dat verveelt niet. Te veel verhalen om hier op te noemen. Weer helemaal bij de les koop in de museumwinkel nog een plant, een Agapanthus, voor in mijn eigen tuin. Opgekweekt in de kas van Slot Zuylen. Als herinnering aan een middag très belle.

Benieuwd naar nog meer reistips over verborgen plekken? Scroll dan naar beneden.

DELEN: