De Moerputten bij Den Bosch: wandelen door het moeras en over de voormalige spoorbrug

Laatst gewijzigd: 30 mrt 2019

‘Kijk een blauwtje’, roep ik tegen mijn vriendin die iets voor mij door het bloemenveld loopt nadat we net de vlonders door het moeras van de Moerputten verlaten hebben. Ze draait zich om en ziet met mij hoe het kleine vlindertje zijn dood tegemoet vliegt. Recht op een spinnenweb af. De volgende seconde zie ik het web heftig deinen, het blauwtje hulpeloos fladderen. Dan de spin die komt toegesneld van de rand van het web en de vlinder aanvalt met zijn gifkaken. De vlinder slaat een paar keer druk met zijn vleugels en doet een poging zich los te wurmen uit de houtgreep van de spin en de plakkerige draden. Maar het is te laat. Het gif heeft zijn werk gedaan. Het hele schouwspel heeft misschien 5 seconden geduurd. Als je dit close zou filmen, heb je een sensationele scène.

Alleen hier vind je het Pimpernelblauwtje

‘Wat zien jullie?‘ Vanaf de andere kant van het veld zijn twee mannen aan komen lopen met een grote camera en allerlei tassen. We doen verslag en raken in gesprek. We horen dat wij net het hele bijzondere Pimpernelblauwtje hebben zien doodgaan en daar zijn er al zo weinig van. Sterker nog, dit is het enige veld in heel Nederland waar dit vlindertje voorkomt. En ook dan zie je het alleen maar in juli en begin augustus. Een van de mannen weet te vertellen dat de vlinders op dit moment aan het baltsen zijn en witte eitjes van 2 mm afzetten op de knoppen van de Grote pimpernel, want dat is hun zogeheten waardplant. Een plant waarvan de bloem bestaat uit paarsachtige bijenkorfjes. Na ongeveer een maand komen de rupsen uit de eitjes gekropen, eten van de bloem en laten zich na drie weken op de grond vallen. Ze nemen het formaat, gedrag en de geur aan van de moerrassteekmier. Dus als die langsloopt, is hij in de veronderstelling dat-ie te maken heeft met zijn eigen gebroed. Hij adopteert het rupsje en sleept het mee zijn nest in, langs de agressieve werksters die de ingang van het nest bewaken. Een grote vergissing. Het Pimpernelblauwtje is een parasiet, een koekoeksvlindertje dat zich de hele winter te goed doet aan alle eiwitrijke mierenlarfjes. Doordat de rupsen huidplooien om hun kop hebben, kunnen ze eten zonder dat de werksters iets in de gaten hebben. Om dan aan het begin van de zomer te verpoppen en uit te vliegen als vlinder. Zo is de cirkel weer rond. Hoe ingenieus. De mannen maken vandaag wat proefshots. Waarvoor wil ik weten. ‘Voor een film à la De Nieuwe Wildernis‘, zeg ik grappend? ‘Ja’, antwoordt hij heel serieus. Ik kijk hem nog eens aan. ‘Ben jij soms Mark Verkerk, de regisseur van die film?’ ‘Ja’, antwoordt hij opnieuw. ‘Waar was dat web precies?’ We zoeken maar kunnen het niet meer vinden.

De Halve Zolenlijn: industrieel erfgoed

Dat vlindertje schrijft geen geschiedenis. Dat doet de 600 meter lange spoorbrug waarover wij een half uurtje later lopen en die dwars door het laagveenmoeras gaat wel. In 1888 aangelegd om grondstoffen te vervoeren door de streek die jarenlang het centrum van de Nederlandse schoen- en leerindustrie vormde: Langstraat. Lopend van Den Bosch naar Waalwijk en al snel de Halve Zolenlijn genoemd toen de industrie niet veel later inzakte en de opmars van vrachtauto’s de genadeklap toebracht. Een paar jaar geleden is de spoorbrug gerestaureerd. Niet voor treinen, maar voor wandelaars. Links en rechts waterlelies, riet, eenden, vogels. Het is al met al een klein maar zeer gevarieerd rondje. Begin je route met de spoorbrug dat levert de mooiste uitzichten op. Dan eindig je na een tocht door de weilanden en bloemenvelden in de jungle van het moeras. Erg on-Hollands.

Wandeling in de NRC

Je kunt ook tijdens de zomer wandelen in Brabants blauw, een uitgestippelde wandeling door natuurgebied de Moerputten uit de NRC.

Benieuwd naar nog meer reistips over verborgen plekken? Scroll dan naar beneden.

DELEN: