Indonesisch restaurant Soeboer sinds 1958 in Den Haag

Den Haag is onlosmakelijk verbonden met voormalig Nederlands-Indië. Als stad van waaruit de kolonie werd bestuurd. En als stad waar in 1949 na de onafhankelijkheid en geboorte van Indonesië een paar honderdduizend mensen neerstreken. Vaak met heimwee naar het koloniale leven. En het eten. Zo ontstond restaurant Soeboer. Nu alweer bijna zestig jaar alive and kicking.

Oorspronkelijke inrichting

Sinds de jaren ’70 zit restaurant Soeboer op de Brouwersgracht. Het lijkt erop dat er sindsdien binnen weinig is veranderd. Niet aan de donker houten lambrisering die tot ruim voorbij spetterhoogte reikt, niet aan de ingelijste houten oosterse maskers aan de muren, de posters van de Holland Amerika Lijn en de robuuste stoelen. Ik ben vooral onder de indruk van de opengewerkte lampenkampen. Gemaakt van de huid van karbouw. Hoe authentiek wil je het hebben? Ze blijken al sinds 1958 in het restaurant te hangen.

Indische keuken

Nu ken ik heel wat mensen die als ze Indonesisch eten bestellen precies weten hoe alles heet. Dat blijken vaak mensen met Indisch bloed te zijn en daarvan hebben we er in Nederland ruim een half miljoen. Of zijn het Indo’s? Of Indonesiërs? En eten we Indisch of Indonesisch? Ingewikkelde kwesties met subtiele verschillen. Hoe dan ook, ik heb geen Indisch bloed en weet nauwelijks wat wat is. Ik neem daarom de uitgebreide rijsttafel Soeboer Baroe, kan ik meteen wat oefenen.

Authentieke gerechten

Bijna twintig bakjes verschijnen op tafel. Inclusief drie soorten saté. Ik eet kip, rundvlees, garnalen, tofu, ei en boontjes op verschillende manieren klaargemaakt. Er is bijvoorbeeld Soto Ajam (kippensoep), Saté Ajam (kipsaté) en Ajam Bali, een Balinees flink gekruid kipgerecht. Ajam is dus kip. Zo ver ben ik nu wel. Verder heb ik me weinig beziggehouden met de namen en vooral erg gezellig gegeten met mijn familie. De tafel oogt al snel als een slagveld. Het papieren tafelkleed vol vetvlekken en in de bakjes hier en daar alleen nog een verdwaald stukje spartelend in wat vocht, te klein om aan mijn vork te prikken. Wat ik tegen beter weten in toch probeer. Op, alles is op. Of het lekker was? Al bijna zestig jaar. Meer hoef ik niet te zeggen, toch? Behalve dan dat je ook kunt afhalen en alles mee kunt nemen naar de heerlijke B&B Cornelia’s Tuinhuis aan de overkant van de straat.

DELEN: