Natuurgebied De Krang: wandelen langs Limburgs goud

Het is het einde van de herfst als ik door natuurgebied De Krang wandel. Met blauwe hemel waartegen de rode daken van de boerderijen en het grijsgroen van de uien afsteekt. De herfstkleuren uitbundig. Het landschap rond Swartbroek, het voormalig zwart moeras waar mijn wandeling begint, bestaat uit uitgestrekte velden met rijen fijn vertakt, verdord loof. Het lijken wel asperges, Limburgs witte goud, maar die worden toch in mei gestoken? Na het zoveelste veld, kan ik het niet laten en probeer ik voorzichtig een van de planten uit te graven. Maar dat loopt op niets uit. Ik duw de aarde terug en blijf zitten met zwarte handen. De vraag wat dit nu is probeer ik uit mijn gedachten te bannen, maar makkelijker gezegd dan gedaan als je wist hoeveel hectare van die plant hier wel niet staat.

Kamsalamander en bever

Het is een bijzonder mooie en gevarieerde wandeling. Boeren zijn hun akkers aan het ploegen. Verder kom ik onderweg nauwelijks mensen tegen. Ik loop door velden en bossen, over graspaden, over een zogeheten knuppelpad, gemaakt van korte houten stokken om droge voeten te houden in moerasachtig gebied. Ik passeer een vogelhut aan de rand van een ven waar nu alleen eenden te zien zijn en volg de Tungelroysebeek waarvan de oevers weer geleidelijk in het water aflopen. Natuurlijke oevers heet dat bij natuurbeheerders, want het is een gebied waar enigszins is ingegrepen om de diversiteit in het landschap terug te krijgen. Van kamsalamander tot bever en rietorchissen, ze komen hier allemaal weer voor, alleen niet nu. Wel de gehakkelde aurelia, een vlinder die in deze tijd van het jaar meestal al aan zijn winterslaap is begonnen. Maar het is exceptioneel warm en de flora en fauna zijn in de war.

Theetuin de Tungelroysebeek

Net toen ik dacht, ik heb wel zin in wat, zag ik aan de kant van de weg niet alleen een Jezus aan het kruis, maar ook een trapleer met grote theepot en pijl die wees naar een zandpad dat leidde naar Theetuin de Tungelroysebeek. Daar zit ik buiten tegen de voormalige stal uit de wind in de zon zonder jas met een pot thee en een lekkere zelf gebakken chocoladetaart. Binnen staan de lage muren nog tussen de hokken. Een opgezette uil op de rand, kunst aan de muur, een gezellig allegaartje aan tafels en stoelen en kokoscitroentaart en appeltaart onder de stolp. De laatste kilometers loop ik in het licht van de late middag, het landschap schittert.

PS. Eenmaal terug bij mijn heerlijke logeeradres met wifi leert google mij dat ik wel degelijk asperges heb gezien. Opluchting. Dat kan ik tenminste weer loslaten.

DELEN: